Merkenrecht

Om uw merk te beschermen dient het te worden geregistreerd in een merkenregister. Voor bescherming binnen Nederland, België en Luxemburg kunt u terecht bij het Benelux-Bureau voor Intellectuele Eigendom (BBIE) te Den Haag. Wilt u bescherming van uw merk in meerdere landen binnen de Europese Unie dan kunt u uw merk registreren bij het Harmonisatiebureau voor de interne markt (BHIM) te Alicante in Spanje. Tot slot kunt u via het World Intellectual Property Organization (WIPO) te Genève in Zwitserland uw merk deponeren ten behoeve van bescherming in (door u aan te wijzen) landen binnen en buiten de Europese Unie.

In Nederland wordt het merkenrecht geregeld in het Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE). Artikel 2.20 BVIE bepaalt welke inhoud en omvang het merkrecht heeft. Hierin staan de voorwaarden waaronder de merkhouder tegen inbreukmakend gebruik kan optreden. Zo biedt artikel 2.20 lid 1 onderdeel b BVIE bescherming tegen verwarringsgevaar in geval merk en teken overeenstemmen en worden gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten.

Merkenrecht: Verwarringsgevaar

Over het begrip “verwarringsgevaar” zijn vele rechtszaken gevoerd, zowel in Nederland als bij het Europese Hof. Volgens voornoemd artikel 2.20 lid 1 onderdeel b BVIE kan de merkhouder optreden tegen elk gebruik van zijn merk of een overeenstemmend teken voor dezelfde of soortgelijke waren, indien daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie met het merk. Van overeenstemming is sprake wanneer er visuele, auditieve of begripsmatige gelijkenis is.

Het is aan de nationale rechter om in voorkomend geval het aan deze verschillende elementen te hechten belang te bepalen. Hierbij wordt in aanmerking genomen de aard van de betrokken waren of diensten en de omstandigheden waaronder zij in het economisch verkeer worden gebracht.

Uit de jurisprudentie volgt dat gelijkenis in een van deze opzichten voldoende kan zijn om overeenstemming aan te nemen. Echter, gelijkenis in een van de opzichten is niet voldoende om vast te stellen dat er sprake is van verwarringsgevaar.

Bij de beoordeling van de gelijkenis dient acht te worden geslagen op de totaalindruk die door de merken wordt opgeroepen. Verder dient bij de beoordeling van de gelijkenis tussen de merken meer gewicht toe te worden gekend aan de punten van overeenstemming dan aan die van verschil. Men mag de merken dus niet eerst in onderdelen uiteenrafelen en vervolgens de delen vergelijken.  Bij de beoordeling van het bestaan van gelijkenis moet verder uitgegaan worden van het merk zoals gedeponeerd en het teken zoals gebruikt en zoals het publiek het waarneemt.

Associatiegevaar alleen is onvoldoende om van verwarringsgevaar te kunnen spreken. Verwarringsgevaar moet globaal worden beoordeeld met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval. Het Europese Hof benadrukt dat deze globale beoordeling wat de visuele, auditieve of begripsmatige gelijkenis betreft, moet berusten op de totaalindruk die door de merken wordt opgeroepen, waarbij rekening moet worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen.

Verder speelt bij de globale beoordeling de indruk die de merken bij de gemiddelde consumenten achterlaten een beslissende rol. De gemiddelde consument neemt een merk gewoonlijk als een geheel waar en let niet op de verschillende details ervan. Het Europese Hof heeft verder overwogen dat het verwarringsgevaar des te groter zal zijn, naarmate het oudere merk een grotere onderscheidende kracht heeft, hetzij van huis uit, hetzij vanwege zijn bekendheid bij het publiek.

Van direct verwarringsgevaar spreekt men wanneer het publiek de betrokken producten zelf verwart. Van indirect verwarringsgevaar  is sprake wanneer het publiek de producten zelf uit elkaar kan houden, maar door de gelijkenis tussen beide merken/namen kan menen dat de producten uit dezelfde of met elkaar verbonden ondernemingen afkomstig zijn.

Volgens het Europese Hof moet verder rekening worden gehouden met ‘alle relevante omstandigheden’. Met name wordt gewezen op de onderscheidende kracht van het merk. Maar ook andere omstandigheden kunnen een rol spelen.

Soortgelijke waren of diensten

Voor de vaststelling van soortgelijkheid tussen waren of diensten moet rekening worden gehouden met alle relevante factoren die de verhouding tussen de waren en diensten kenmerken. Dat zijn volgens het Europese Hof onder meer hun aard, bestemming en gebruik, maar ook het concurrerend of complementair karakter ervan. Verder heeft het Europese Hof beslist dat er bij de beoordeling van het verwarringsgevaar een onderlinge samenhang bestaat tussen de overeenstemming tussen de merken en de soortgelijkheid van de producten. Een geringe mate van soortgelijkheid van de producten kan worden gecompenseerd door een hoge mate van overeenstemming van de merken en omgekeerd. Let wel: onder omstandigheden kan ook sprake zijn van bescherming tegen het gebruik van een merk of een daarmee overeenstemmend teken voor niet-soortgelijke waren.

Strong De Boer Advocaten te Breda | Merkenrecht

De advocaten van Strong De Boer Advocaten in Breda hebben ruime ervaring op het gebied van merkenrecht. Zo kunnen wij u adviseren en bijstaan bij handhaving van uw merkenrecht. Indien u meer wilt weten over merkenrecht kunt u vrijblijvend contact opnemen met onze advocaten.