Bestuurdersaansprakelijkheid

Veel ondernemers kiezen er voor om hun onderneming te drijven in de vorm van een besloten vennootschap. Een belangrijke redenen daarvoor is dat het privé-vermogen van de bestuurder is afgeschermd van het zakelijke vermogen. Dit betekent in zijn algemeenheid dat zakelijke schuldeisers zich niet kunnen verhalen op het privé-vermogen van de bestuurder.

In bepaalde gevallen kan de bestuurder wel persoonlijk aansprakelijk zijn voor schulden van de rechtspersoon waarvan hij bestuurder is. In dat geval is er sprake van zogenaamde ‘bestuurdersaansprakelijkheid’.

Bij bestuurdersaansprakelijkheid kan een onderscheid worden gemaakt tussen: (i) interne aansprakelijkheid, (ii) externe aansprakelijkheid en (iii) aansprakelijkheid bij faillissement.

Interne bestuurdersaansprakelijkheid

Met interne aansprakelijkheid wordt bedoeld de aansprakelijkheid van de bestuurder ten opzichte van de rechtspersoon (bijvoorbeeld een besloten vennootschap) waarvan hij bestuurder is.

Op grond van de wet is iedere bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden zijn taak naar behoren te vervullen (artikel 2:9 BW). Ingeval de rechtspersoon schade lijdt doordat een bestuurder tekortschiet in de behoorlijke vervulling van zijn taak en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan de bestuurder door de rechtspersoon zelf aansprakelijk worden gesteld.

Of er sprake is van een ernstig verwijt moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Daartoe behoren volgens de Hoge Raad onder meer: de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten en de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s, de taakverdeling binnen het bestuur, eventuele interne richtlijnen en de gegevens waarover de bestuurder beschikte of had moeten beschikken ten tijde van het handelen.

Het is gebruikelijk dat de aandeelhouder van een rechtspersoon decharge verleent aan de bestuurder voor het gevoerde beleid. Dit betekent dat de bestuurder wordt ontslagen uit de interne aansprakelijkheid, voor zover de bestuurshandelingen blijken uit de jaarrekening. Decharge heeft geen externe werking (decharge ziet dus niet op externe aansprakelijkheid).

Externe bestuurdersaansprakelijkheid

Met externe aansprakelijkheid wordt bedoeld de aansprakelijkheid van de bestuurder ten opzichte van derden (schuldeiseres).

Er zijn diverse (wettelijke) gronden waarop een bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld ingeval hij verplichtingen van de rechtspersoon jegens derden niet nakomt. Zo kan de bestuurder in de oprichtingsfase van de besloten vennootschap persoonlijk aansprakelijk zijn ingeval hij schulden namens de op te richten vennootschap heeft gemaakt en deze (achteraf) nog niet door de vennootschap zijn bekrachtigd (artikel 2:180 BW) en wanneer de bestuurder schulden namens de vennootschap maakt, terwijl de vennootschap nog niet is ingeschreven in het handelsregister (artikel 2:203 BW).

Een bestuurder kan (ook) op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) -naast de vennootschap- persoonlijk aansprakelijk zijn, indien zijn handelen of nalaten jegens de schuldeiser dusdanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een (voldoende) ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hiervan zal -in principe- sprake zijn wanneer de bestuurder een verplichting aangaat namens de vennootschap terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement

Naast de hiervoor beschreven aansprakelijkheidsgronden kan de bestuurder in geval van faillissement van een vennootschap persoonlijk aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:248 BW.

Dit artikel bepaalt dat iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden in het faillissement in het geval (i) het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en (ii) dat kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Uit de rechtspraak volgt dat sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur wanneer geen redelijk denkend bestuurder in een vergelijkbare situatie hetzelfde zou hebben gehandeld. In het geval de het bestuur niet heeft voldaan aan de administratieplicht (artikel 2:10 BW) of de jaarrekening niet tijdig heeft gepubliceerd (artikel 2:394 BW) heeft het bestuur zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De bestuurder zal dit vermoeden kunnen weerleggen door te bewijzen dat (ook) andere feiten en omstandigheden dan zijn onbehoorlijke bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest.

Strong De Boer Advocaten te Breda | Bestuurdersaansprakelijkheid

De advocaten ondernemingsrecht van Strong De Boer Advocaten hebben een ruime ervaring op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid. De ondernemingsrecht advocaten adviseren en procederen zowel aan de zijde van de betreffende bestuurder als aan de zijde van de vennootschap en externe schuldeiser. Voor vragen over bestuurdersaansprakelijkheid kunt u vrijblijvend contact met een van onze advocaten ondernemingsrecht opnemen.