Kort geding

Een kort geding is een civielrechtelijke procedure waarmee snel een vonnis kan worden verkregen. Enkel voor niet al te complexe geschillen met een spoedeisend karakter kan een kort geding worden aangevraagd. In een kort geding procedure kan een gebod of verbod worden gevraagd, zoals het verlangen van een verbod op een publicatie. Andere voorbeelden van kort geding procedures zijn ontruiming van een pand, opheffing van conservatoir beslag, stakingsverbod en in bepaalde gevallen een incasso van een (onbetwiste) geldvordering.

Voorlopige voorziening

Een kort geding procedure is gericht op het verkrijgen van een voorlopige voorziening. Dit betekent dat de uitspraak niet definitief is. De procespartijen kunnen na de kort geding procedure nog een bodemprocedure opstarten. De rechter in de eventuele (opvolgende) bodemprocedure mag afwijken van de (eerdere) uitspraak van de kort geding rechter. In de praktijk leggen de meeste partijen zich evenwel neer bij de uitspraak van de kort geding rechter (en gaan dus niet meer naar de bodemrechter).

Omdat een uitspraak in kort geding een voorlopig karakter heeft, kan in kort geding geen ontbinding of vernietiging van een overeenkomst worden gevraagd. Ook is het niet mogelijk om in kort geding een verklaring voor recht te vragen.

Spoedeisend belang

Een voorwaarde voor het kunnen opstarten van een kort geding is dat sprake moet zijn van een spoedeisend belang. Dit betekent dat een uitspraak in een (langdurige) bodemzaak niet kan worden afgewacht. Of sprake is van een spoedeisend belang hangt af van de feiten en omstandigheden. De kort geding rechter zal bij zijn beoordeling of sprake is van een spoedeisend belang een belangenafweging maken tussen die van de eiser en die van de gedaagde.

De procedure

Een kort geding procedure wordt ingeleid met een dagvaarding. De dagvaarding wordt in concept bij de rechtbank ingediend. De rechtbank bepaalt vervolgens een zittingsdatum. De gedaagde wordt opgeroepen om op de zitting te verschijnen en verweer te voeren. Meestal vindt de zitting  binnen twee weken plaats.

Tijdens de zitting krijgen partijen de gelegenheid om de zaak mondeling toe te lichten. De kort geding rechter zal tijdens de mondelinge behandeling aan partijen vragen stellen en veelal trachten om partijen alsnog tot een schikking te laten komen. Indien de zaak niet alsnog onderling wordt geregeld, zal er een vonnis worden gewezen. Het vonnis wordt in zijn algemeenheid twee weken na de zitting uitgesproken, maar dit kan, indien nodig, ook eerder zijn. De termijn voor het instellen van hoger beroep tegen het kort geding vonnis bedraagt vier weken.

Strong De Boer Advocaten te Breda | Kort geding

De advocaten van Strong De Boer Advocaten in Breda hebben ruime ervaring in kort geding procedures. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onze advocaten in Breda.