Rechtsmiddelen

Rechtsmiddelen zijn middelen om een gerechtelijke uitspraak aan te (kunnen) tasten c.q. een gerechtelijke uitspraak door een hogere instantie te laten toetsen. Het civiele recht kent drie ‘gewone’ rechtsmiddelen, te weten: (i) verzet, (ii) hoger beroep en (iii) cassatie. Daarnaast zijn er ‘buitengewone’ rechtsmiddelen, namelijk ‘derdenverzet’ en ‘herroeping’. Hieronder worden de ‘gewone’ rechtsmiddelen nader toegelicht.

Verzet

Indien een gedaagde in een dagvaardingsprocedure niet in de procedure verschijnt, zal de rechter in de meeste gevallen een verstekvonnis wijzen. Wanneer de gedaagde die bij verstek is veroordeeld zich toch nog wil verweren, dan heeft hij de mogelijkheid om in verzet te gaan.

De gedaagde dient dan de oorspronkelijke eiser te dagvaarden, waardoor de zaak wordt heropend bij dezelfde rechter die het verstekvonnis heeft gewezen. De oorspronkelijk gedaagde (die niet is verschenen) wordt in de verstekprocedure aangeduid als ‘opposant’ en de oorspronkelijk eiser als ‘geopposeerde’.

In het geval het verstekvonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard zal het ingestelde verzet de tenuitvoerlegging (executie) van het verstekvonnis niet schorsen. In dat geval zou het zinvol kunnen zijn om een executie kortgeding op te starten.

De termijn voor het instellen van verzet is in beginsel vier weken. Deze termijn begint te lopen (i) na betekening van het verstekvonnis aan de gedaagde in persoon, (ii) na een door gedaagde in persoon gepleegde daad van bekendheid met het verstekvonnis, (iii) na tenuitvoerlegging van het verstekvonnis. Ingeval de oorspronkelijk gedaagde woonplaats heeft in het buitenland, dan is de verzet termijn in beginsel acht weken.

Hoger beroep

Wanneer een partij het niet eens is met een uitspraak van de rechter in eerste aanleg, bestaat doorgaans de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen. Bij hoger beroep wordt de zaak in zijn geheel voorgelegd aan het gerechtshof.

De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt in beginsel drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de uitspraak. Bij een kortgeding is deze termijn vier weken. Er staat geen hoger beroep open voor vorderingen lager dan € 1.750.

Voor het instellen van hoger beroep is een advocaat verplicht. De advocaat dient namens de ‘appellant’ de (pro forma) ‘appeldagvaarding’ uit te (laten) brengen aan de wederpartij en de vervolgens bij het gerechtshof in te dienen. De gronden voor het hoger beroep kunnen in een later stadium worden ingediend. Dit kan middels indiening van de ‘memorie van grieven’. De gedaagde in hoger beroep (‘geïntimeerde’) kan vervolgens bij memorie van antwoord antwoorden op de memorie van grieven.

Vaak verlopen hoger beroepsprocedures enkel schriftelijk. Een advocaat kan het gerechtshof vragen  om pleidooi. Bij pleidooi krijgen partijen de gelegenheid om hun standpunten nader toe te lichten. Ook kan het gerechtshof bewijsopdrachten geven. Hierbij kan worden gedacht aan een getuigenverhoor.

Cassatie

In tegenstelling tot hoger beroep vindt er in cassatie niet opnieuw een feitelijk onderzoek plaats. In cassatie kunnen enkel rechtsvragen aan de orde komen.

Strong De Boer Advocaten te Breda | Rechtsmiddelen

Onze advocaten zijn gespecialiseerd in het voeren van gerechtelijke procedures, waaronder hoger beroep- en verzetprocedures. Ingeval u overweegt om verzet of hoger beroep in te (laten) stellen is het zinvol om daarover eerst advies in te winnen bij een gespecialiseerd advocaat. Zo kan worden beoordeeld wat de mogelijkheden en kansen zijn in de verzet procedure of hoger beroepsprocedure. Voor juridische bijstand ter zake verzet of hoger beroep kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.